Toernooiregels schaaktoernooi

  1. Gespeeld wordt volgens het FIDE schaakreglement voor rapidschaak (15 minuten per persoon per partij). Dit houdt o.a. in:
    • Aanraken is zetten;
    • Een onreglementaire zet moet worden teruggenomen.
  2. De spelers moeten vòòr de partij checken of de opstelling van de stukken correct is en de klok functioneert.
  3. Indrukken van de klok geschiedt met de hand waarmee de zet is uitgevoerd.
  4. De zwartspeler bepaalt aan het begin van de partij aan welke kant de klok komt te staan.
  5. Een partij is gewonnen door de speler:
    • Die de koning van zijn tegenstander heeft mat gezet;
    • Wiens tegenstander verklaart dat hij of zij opgeeft;
    • Die constateert dat de vlag van de tegenstander is gevallen voordat de partij op andere wijze is geëindigd.
  6. ‘Aanraken is spelen, loslaten is zetten.’
  7. In geval van een geschil mag een speler de klok stilzetten om de wedstrijdleider te raadplegen.
  8. Een partij is remise indien:
    • Een koning pat is gezet;
    • De spelers dit overeenkomen;
    • Een der spelers eeuwig schaak kan aantonen;
    • Beide spelers onvoldoende materiaal hebben om de koning van de tegenstander mat te zetten;
    • Eén der vlaggen is gevallen en de tegenstander geen matpotentieel meer heeft;
    • Beide vlaggen zijn gevallen alvorens een der spelers de winst door tijdsoverschrijding opeist.
  9. In gevallen waarin door dit reglement niet is voorzien beslist de wedstrijdleider. Deze beslissing is bindend.
  10. Bij gelijk eindigen worden geldprijzen gedeeld.
  11. Bij gelijk eindigen op de eerste plaats van twee of meer spelers beslissen eerst de onderlinge resultaten, daarna de Sonneborn Berger-punten en daarna de weerstandspunten.

Terug…